Sponsors

Visie / Beleidsdocument

Inleiding en doelstellingen

BSM is een voetbalclub met een  jeugdafdeling, met zowel meisjes - als jongensleden in de leeftijd van 6 tot en met 19 jaar. De club heeft de naam een gezellige vereniging te zijn waar de leden het over het algemeen goed naar de zin hebben. Dat moet ook zeker zo blijven. 

Maar BSM heeft ook ambities.

De doelstellingen van de jeugdcommissie van BSM voor de periode 2020-2023 zijn:

  • Structuur, visie en samenhang verbeteren voor de gehele jeugdopleiding;
  • BSM wil ieder jeugdlid de mogelijkheid bieden zich optimaal te ontwikkelen als voetballer door trainingen en wedstrijden;
  • Ieder jeugdlid op zijn eigen (ambitie) niveau laten uitkomen;
  • De selectieteams een klasse hoger brengen dan waar ze nu spelen;
  • Intern opleiden en begeleiden van trainers door het aanbieden van cursussen en het organiseren van train de trainer bijeenkomsten;
  • De selectie elftallen worden door gediplomeerde trainers getraind, de bovenbouw door UEFA 3 trainers en de onderbouw door pupillen-of juniorentrainers;
  • Betrokkenheid van eerste elftalspelers vergroten door hen clinics of trainingen te laten verzorgen.

In deze notitie staat de voetbalopleiding centraal. Het bestuurlijk en organisatorisch inrichten van het jeugdvoetbal heb ik buiten beschouwing gelaten.

Bij het centraal stellen van de voetbalopleiding wordt overigens niet beoogd dat andere aspecten, zoals gezelligheid, sfeer, ontspanning en familiegevoel naar de achtergrond dienen te verdwijnen. Integendeel, het hoogste streven blijft natuurlijk voetbalplezier.

De uitdaging
De uitdaging is om het niveau van de jeugd omhoog te tillen. We willen met BSM herkenbaar, verzorgd, aantrekkelijk en dominant voetbal spelen. Het uitgangspunt is dat wij technisch verzorgd voetbal willen spelen op de helft van de tegenstander en veel doelkansen willen creëren. Bij balverlies uitgaan van snel omschakelen,  “vooruit verdedigen” en altijd proberen het duel te winnen. Weinig of geen lange ballen van achteruit maar via een verzorgde opbouw van achteruit  op de helft van de tegenstander proberen te komen en zoveel mogelijk vooruit spelen.  De teams van BSM spelen om te winnen en niet om verlies te voorkomen. 

De naar de senioren doorstromende jeugdspeler moet op 2 of 3 verschillende posities kunnen spelen. Dit willen we bewerkstelligen door een duidelijk structuur aan te brengen in de jeugdopleiding. Hieronder kan worden verstaan om één systeem te gaan spelen waardoor het makkelijker is voor de trainers om hun oefenstof daarop aan te passen. Voor de spelers is het ook duidelijk wat er van hen wordt verwacht op de positie waar zij spelen. Voor de onderbouw is het belangrijk dat zij baas worden over de bal en hun positie op het veld kunnen gaan bepalen. Maar het allerbelangrijkste waar wij voor moeten zorgen is dat de kinderen plezier hebben in het voetbal waardoor zij leergierig zijn om dingen snel op te kunnen pakken. 

Formatie/speelwijze
Alle oudere jeugdelftallen spelen in het 1:4:3:3 systeem.
Vanuit deze formatie maken we afspraken over de manier van spelen, binnen dit systeem zijn namelijk meerdere varianten denkbaar. De speelwijze van de tegenstander maakt het noodzakelijk om afspraken te maken hoe je bij balbezit, balverlies en de omschakeling speelt. Het beheersen van verschillende systemen wordt binnen de opleiding steeds belangrijker in de hogere elftallen, in het bijzonder bij de bovenbouw. 

De selectieteams van de O-17, O-18 en O-19 dienen hetzelfde te spelen als BSM 1. Dan is het rendement van een jeugdopleiding het grootst. De gemaakte tactische afspraken moeten binnen ieder team van BSM herkenbaar zijn.

Bij 8:8 spelen we in een formatie van 1:2:3:2 of in 1:3:2:2 waarbij de centrale verdediger bij balbezit doorschuift. Bij 6:6 spelen we 1:2:1:2 of 1:3:2 waarbij de centrale verdediger bij balbezit doorschuift.

Ontwikkeling
De ontwikkeling van de individuele speler staat voorop. Dit betekent dat iedere voetballer zich maximaal moet kunnen ontwikkelen. En dan hebben we het niet alleen over de “talenten“. Ook de “minder” begaafde speler kan zich verder ontwikkelen en moeten we die speler ook de mogelijkheden geven zich op zijn eigen niveau verder te ontplooien. De oefenstof van Wiel Coerver neemt hier een belangrijke plaats in.

Om een zo optimaal mogelijk leereffect te bereiken dient in principe in elke leeftijdsgroep op kwaliteit te worden ingedeeld (bij de jongste jeugd nog wel indelen op leeftijd en vriendjes). Als er meer dan één elftal binnen een leeftijdscategorie kan worden samengesteld moet worden ingedeeld op leeftijd maar ook op ontwikkelingsmogelijkheden en kwaliteit van de individuele speler.

De technische commissie stelt, mede aan de hand van voorstellen van de betrokken (jeugd-)trainers/-leiders, uiterlijk vóór 15 juni voorafgaande aan het nieuwe seizoen, de indeling van de teams samen voor het nieuwe seizoen.  Te overwegen valt om in december van het seizoen een evaluatie van de gekozen teamindeling te houden. Aanpassingen c.q. bijstellingen met ingang van de tweede helft van het seizoen kunnen daarvan het vervolg zijn.

Positie op het veld
De positie die een speler in het veld krijgt is ook van belang voor de individuele ontwikkeling van een speler. Daarom is het een goede zaak dat elke speler op verschillende posities ervaring opdoet.

Vooral bij de onderbouw, maar zeker ook nog bij de midden- en bovenbouw, dient flexibel met de bezetting van vaste posities te worden omgegaan.

Het is handig om je als aanvaller te kunnen verplaatsen in de verdediger waar je tegenover staat. Bovendien kun je als aanvaller ook wel eens gedwongen worden om te verdedigen. Daarnaast kan het, ten behoeve van de ontwikkeling van een speler op een bepaalde positie, van belang zijn tijdelijk een andere positie te bespelen.

Naarmate de ontwikkeling van de speler vordert zal deze flexibiliteit afnemen en groeit de speler naar een bepaalde positie toe maar heeft  wel ervaring opgedaan met het spelen op meerdere posities.

Technische staf (trainers)
Binnen de jeugdafdeling heeft ieder team een trainer/coach en minimaal één leider. Duidelijk moet zijn, dat dit twee onderscheiden functies zijn met elk hun eigen taken en verantwoordelijkheden.

  • De trainer is in de eerste plaats verantwoordelijk voor de verzorging van de trainingen en het coachen van hun elftal.
  • Hij is verantwoordelijk voor de opstelling.
  • Hij houdt het trainingsbezoek bij en is alert op mogelijke blessures van spelers.

De elftalleider /teammanager
Ten opzichte van de trainer kent de elftalleider een duidelijk andere functie.

  • Hij is degene, die ervoor zorgt, dat alles rondom een team, en de te spelen wedstrijd goed is geregeld, zodat de coach en de spelers zich volledig met het voetballen kunnen bezig houden.
  • De leider zorgt  voor het invullen van het wedstrijdformulier.
  • Hij houdt bij, welke spelers zich afmelden c.q. voor de wedstrijden beschikbaar zijn.
  • Ook is hij verantwoordelijk voor de organisatie van het vervoer naar uitwedstrijden. Hierover maakt hij afspraken met de ouders c.q. oudere jeugdspelers.
  • Hij is het aanspreekpunt voor de ouders wat betreft algemene zaken, voor voetbaltechnische zaken verwijst hij door naar de trainer.
  • Verder houdt hij het aantal gespeelde wedstrijden per speler bij. Elke speler moet aan spelen toekomen.
  • Hij zorgt voor het juiste gebruik van de materialen die aan het team beschikbaar worden gesteld.

Doorstroming
Het belang van de individuele ontwikkeling is aangegeven. Bij het stimuleren van de individuele ontwikkeling proberen we zo goed mogelijk maatwerk te leveren. Eén van de middelen om dat te bereiken, is het laten spelen van een voetballer op het niveau, waar hij thuishoort. Verplaatsing van een speler van het ene naar het andere elftal gebeurt meestal binnen een leeftijdsgroep (horizontaal). Dit gebeurt wanneer de trainer/coach of commissie technische zaken van mening is, dat de betreffende speler zich beter zal ontwikkelen als hij op een ander niveau speelt. Doorstroming naar een andere leeftijdsgroep dan waartoe de speler eigenlijk behoort (verticaal), gebeurt normaalgesproken om dezelfde reden. Vaak is hierbij ook de fysieke en mentale ontwikkeling van de betreffende speler van belang.

Procedure doorstromen
De trainers hebben tot taak om hun spelers te beoordelen op de ontwikkeling van hun voetbalkwaliteiten en hun fysieke plus mentale ontwikkelingen. Zij zijn dus het beste in staat om in te schatten of een speler wel op het juiste niveau voetbalt. Als de beoordeling aanleiding geeft een doorstroming te overwegen, zal de trainer dit melden.

Als een speler is doorgestroomd, betekent dat nog niet, dat dit definitief is. De doorgestroomde speler speelt op een hoger niveau dan hij gewend is. Vaak krijgt zo’n speler naar verloop van tijd een terugslag. In dat geval is een (tijdelijke) terugplaatsing naar z’n oude team te overwegen.

Overgang jeugd / senioren
De overgang van de jeugd naar de senioren is voor veel spelers vaak een grote stap. Het niveauverschil, dat bij deze overstap moet worden overbrugd, is vaak groter dan bij het doorstromen naar een andere leeftijdscategorie binnen de jeugdafdeling het geval is.

Daarnaast is het een groot verschil dat spelers, die altijd met leeftijdsgenoten hebben gespeeld, nu geconfronteerd worden met veelal oudere spelers. Daardoor ervaren spelers na de overgang naar de senioren vaak een geheel andere sfeer binnen een elftal dan zij in de jeugd gewend waren. Ter voorkoming van het om deze redenen afhaken van leden bij de overgang van de jeugd naar de senioren, is het van belang om de betrokken spelers langzaam te laten wennen aan de verschillen in niveau en in sfeer. Daartoe zullen jeugdspelers, vooral in hun laatste jaar als jeugdspeler, regelmatig met de senioren meetrainen en, voor zover mogelijk, in één van de seniorelftallen speeltijd krijgen. Ook een beloften team / elftal onder de 23 jaar kan deze overgang en doorstroming bevorderen. Daarmee worden de “laatstejaars-junioren” in de gelegenheid gesteld, langzaam aan het niveau te wennen. Tevens leren ze hun toekomstige medespelers kennen.

Uitgangspunt is steeds, dat jeugdspelers, die meegaan met een seniorelftal, bij elke gelegenheid speeltijd krijgen. Dit laatste geldt niet voor BSM 1. Immers is dit het prestatie- elftal van de vereniging. In het belang van het resultaat zal het vaak zo zijn, dat de trainer het inbrengen van een jeugdspeler achterwege moet laten. Bovendien speelt bij het 1e elftal, meer dan bij andere seniorenteams, ook het aspect van sfeerproeven. Van belang bij dit alles is een open communicatie én uitleg van de betrokken trainer naar de betreffende speler over het hoe en waarom. Per definitie dient ervoor te worden gewaakt, dat jeugdspelers niet worden gebruikt als aanvulling van incomplete seniorelftallen! Hiertoe worden andersoortige afspraken gemaakt.

Trainingen
Trainingen moeten erop gericht  zijn dat spelers tot een optimale voetbalbeleving komen, waardoor het betere voetballers worden maar waardoor zij tevens meer plezier aan het spel gaan beleven.

Vanaf de O-8 wordt de nadruk gelegd op technische trainingen in kleine vormen en met kleine groepen. Ongeacht het niveau zijn er een aantal voorwaarden die belangrijk zijn. Elke training dient ‘voetbaleigen’ te zijn. In de trainingen  gaat het om opbouwen, aanvallen, omschakelen en verdedigen. Spelers moeten uitgedaagd worden door zelf  te  ondervinden  en  zelfreflectie. Geen wachtrijen bij de oefeningen, veel wisselen en herhalen. Er wordt gebruik gemaakt van methodische stappen. (makkelijker/moeilijker maken).

Keeperstraining
Keeperstraining is een vak apart. Daarom is het noodzakelijk, dat de keepers in de gelegenheid worden gesteld om aparte trainingen te volgen onder leiding van deskundige specialisten. Voor alle keepers binnen de vereniging zou een keeperstrainer beschikbaar moeten zijn. 

Kenmerken van een goede training

  • Straal enthousiasme uit en doe lekker voor / mee als het kan (wel altijd 1 trainer centraal voor de coaching en sturing op de organisatie!).
  • Begin in een vierkant of andere herkenbare ruimte zoals een driehoek, herkenbaar voor de spelers.
  • Voordoen en nadoen van de bewegingen blijven een essentieel kenmerk van instructie geven.
  • Breng voldoende variatie aan in de training.
  • Wissel regelmatig de samenstelling van groepen tijdens de spelvormen en dat geldt ook voor de plaats of taak van een speler.
  • Veel herhaling en geen lange wachttijden.
  • Veel balcontacten (links/rechts), individueel spelen, kleine partijtjes (1:1, 2:2, 4:4)
  • Wees ruim van tevoren aanwezig en zorg dat alles klaar ligt.
  • Vermijd ellenlange verhalen. Gebruik gebaren en mimiek.
  • Gebruik geen termen die de speler toch niet begrijpt.
  • Spreek duidelijk en voor iedereen hoorbaar. Overtuig je ervan dat de spelers de uitleg begrepen hebben.
  • Kijk de spelers aan, eventueel op ooghoogte.
  • Vertel niet alleen het hoe van een oefening maar ook het waarom.
  • Wees consequent in je afspraken. Ook wat betreft sociaal gedrag.
  • Bespreek het gedrag van de spelers ten opzichte van materiaal, kleedlokaal, veld en hygiëne.
  • Begeleid de spelers ook na afloop.
  • Deel veel complimenten uit. Positieve beloning.
  • Toon belangstelling voor de verhalen van de kinderen.
  • Zorg voor een goed contact met de begeleiders, verzorgers en ouders.
  • Zorg voor plezier bij jou, de begeleiders en bij de spelers.
  • Gaan de spelers voldaan en tevreden het veld af? Is er beleving en plezier dan is de training grotendeels al geslaagd.

Indeling training
Een training wordt opgedeeld in een aantal tijdsblokken. Elk tijdsblok heeft zijn functie en kan met diverse oefeningen worden ingevuld. In de onderstaande tabel worden deze blokken benoemd. We gaan uit van een standaard trainingsduur van 60 minuten.

Blok Functie Duur Toelichting
1 Warming-up 10 min Gezamenlijke warming-up inclusief basisbewegingen met bal.
2 Techniek 20 min Oefeningen die de basistechniek van de individuele speler verbeteren (eventueel aanvullende techniek, maar dat is afhankelijk van het niveau).
3 Bal- en afwerkvormen 15 min Diverse oefeningen voor traptechniek, positiespel en afwerkvormen.
4 Partij 15 min Partij-spel 4 tegen 4 of 7 tegen 7 in ruitvorm op weg naar het 11 tegen 11 (4-3-3)
5 Afsluiting   Korte afsluiting van de training. Evaluatie en opruimen materiaal

 

1. Warming-up (maximaal 10 minuten)
Het eerste blok van de training noemen we de warming-up, maar dan in de brede zin van het woord. Het doel van de warming -up is je niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal voor te bereiden op de wedstrijd of training. Zeker bij de onderbouw ligt de nadruk op het mentale deel, al klinkt dat misschien wat zwaar.

Bij de kleintjes is het namelijk goed om een warming up te doen om in een goede voetbalsfeer te komen ("de training is begonnen"). Dit kan uitstekend in de vorm van een voetbal- of tikspel met bal. 

Een warming-up bestaat in basis uit 3 onderdelen. Afhankelijk van leeftijd kan de nadruk verschuiven tussen deze onderdelen.

1. 1 Inlopen:

    • Rustige gezamenlijke looppas over het half speelveld, heen en terug. (Geen lange veldlopen van maken).

1.2 Loopoefeningen:

    • Diverse loop- en bewegingsoefeningen tijdens looppas;
    • Huppelpas
    • Kruispas (wissel op de helft)
    • Zijpas (wissel op de helft)
    • Hakken-billen
    • Knie-heffen
    • Gezamenlijke sprint (gelijk starten)

1.3 Rekoefeningen:

Rekoefeningen hebben het doel om spieren uit te rekken om spierscheuringen te voorkomen. Dit heeft bij de onderbouw nog weinig zin en kan  achterwege worden gelaten.

1.4 Bal- en Tikvormen:

Diverse tik- en balspellen. Uitgangspunt is vaak een vierkant waarin diverse spelletjes gedaan kunnen worden. Doel is vooral gezamenlijk bezig zijn / plezier maken / bewegen.

Tip 1 !!! De warming-up voor een wedstrijd is voor een groot deel gelijk aan die van de training. Bij de wedstrijd kan deze vorm bestaan uit het rondspelen van de bal e.d.

Tip 2 !!! Wijs voor elke training / wedstrijd een “aanvoerder” aan. De aanvoerder leidt de warming -up en geeft aan welke (loop)oefening de volgende is. Zorg wel dat alle spelers aan de beurt komen met het aanvoerder zijn.

2. Techniek (maximaal 20 minuten)
Het techniekblok is het belangrijkste blok voor de ontwikkeling van de jeugdige speler. Daarom is het ook van groot belang dat het techniekblok elke training aan bod komt. In de techniekblokken worden oefeningen gedaan die de diverse voetbalvaardigheden van de individuele speler verbeteren. De techniek is de basis voor heel het voetbal.

Techniek is volgens deskundigen als Wiel Coerver, René Meulensteen en Johan Cruijff als volgt te omschrijven. Als je je tegenstander de baas wilt zijn, moet je eerst de baas zijn over de bal. Er zal dan ook heel intensief getraind worden op de individuele techniek van een speler. Techniek die uiteindelijk functioneel toegepast kan worden in de wedstrijd. De spelers leren onder meer de volgende technieken aan: balgevoel, snel voetenwerk / looptechniek, basisbewegingen, dribbelen en drijven (accelereren/dreigend dribbelen), kappen en draaien (domineren), schijnbewegingen / passeerbewegingen, passen / trappen en afwerken op doel. De technieken worden links en rechts aangeleerd.

Voor de techniektraining gebruiken we met name de trainingsmethode van Wiel Coerver. 

Tijdens de start van het seizoen is het noodzakelijk om in de vrije ruimte per training één of twee balgevoel-oefeningen voor de betreffende leeftijd te introduceren. Bij de volgende training de oefeningen herhalen en twee nieuwe oefeningen introduceren. Als de spelers de basisoefeningen voldoende beheersen kunnen we overstappen naar de diverse organisatievormen waarin deze basisoefeningen terugkomen.

Door elke training aandacht te geven aan de basistechnieken en deze oefeningen geregeld te herhalen, krijgen de spelers de basistechnieken steeds beter onder de knie. Door al bij de jongste spelers met deze technieken te beginnen en door de gehele jeugdopleidingen te gebruiken zal dit over jaren resulteren in een juiste balvaardigheid.

De oefeningen zijn in basis gelijk voor alle leeftijden, met verschillende aandachtgebieden per leeftijd.

Na de warming- up zonder bal is het raadzaam als tussenstap op weg naar het techniekblok de basisbewegingen te oefenen (met bal dribbelen, tikken, rollen, kappen, draaien)

Basisbewegingen, snel voetenwerk

  • Kappen met binnenkant voet
  • De bal voorlangs spelen met de punt van de voetzool
  • Met de punt van de voet onder het lichaam draaien
  • De bal terughalen en schuin vooruit spelen
  • Terughalen en zijwaarts meenemen
  • Terughalen en achterlangs spelen
  • Tussentikken binnenkant voeten
  • Voor het lichaam langs rollen
  • Met onderkant voet terughalen op hetzelfde been
  • Met onderkant voet terughalen op het andere been
  • Van buiten naar binnen afrollen
  • Zidane beweging als snel voetenwerk
  • Overstap en direct met de voetzool terughalen
  • Afrollen, tussentikken en met andere been afrollen
  • De bal schuin vooruit zig zag tikkend meenemen
  • Terughalen en met buitenkant voet meenemen

Halve draaien

  • Kappen met binnenkant voet
  • Kappen met buitenkant voet
  • Afrollend kappen
  • Overstap over de bal
  • Voet kort over de bal en met buitenkant zelfde voet meenemen
  • De bal terughalen, achter het standbeen langs spelen en meenemen na ½ draai met
  • Achter het standbeen langs kappen

Eventueel voor gevorderden schijn- en passeerbewegingen, afdraaien/wegdraaien

  • Schaarbeweging
  • Uitvalstap zijwaarts
  • Overstap en de bal zijwaarts meenemen
  • Schaarbeweging met lichte weerstand
  • Uitvalstap zijwaarts met lichte weerstand
  • Overstap en de bal zijwaarts meenemen met lichte weerstand
  • Binnenkant voet afdraaien
  • Buitenkant voet afdraaien
  • Overstap van buiten naar binnen
  • Zidane beweging

3. Bal-, trap- en afwerkvormen (ongeveer 15 minuten)

Diverse oefeningen voor traptechniek, positiespel en afwerkvormen.

4. Partij 4-4 of 7-7 (maximaal 15 minuten)
Elke voetballer speelt het liefste een partijtje. Een partijtje wordt dan ook vaak beleefd als beloning van / voor de training. Het partijtje kan natuurlijk wel in details verschillen zoals 4 tegen 4 met of zonder keeper(s), Mini -F of F/E doel, etc. De basis blijft gelijk: “lekker partijtjes en wedstrijdjes spelen vanuit een herkenbare structuur“.

Toch kan een partij gebruikt worden om de speler(s) voetbaltechnische zaken duidelijk te maken. De partij is uitermate geschikt om de belangrijke punten van eerdere oefeningen in terug te laten komen. Je kunt ook kleine opdrachten meegeven in de partij.

Voorbeelden: Tijdens het techniekblok is aandacht geweest voor de balaanname. Geef dan de opdracht in de partij mee om alle ballen eerst aan te nemen (vanuit een actieve houding op de voorvoetjes etc.) en in de beweging mee te nemen. Vanuit stilstand ben je kwetsbaar.

De laatste linie sluit niet snel aan: er mag pas gescoord worden als iedereen van de aanvallende partij over de middellijn is.

Let op: Partijtje moet ook partijtje blijven. Het geven van te veel opdrachten wordt niet als prettig bevonden door de spelers. Wat vaak goed werkt is het opdelen van de partij in 2 helften. Het 1e deel met opdracht en het 2e deel is vrij van opdrachten.

5. Afsluiten
De laatste minuten van een training gebruiken we om de training te evalueren en het gezamenlijk opruimen van alle spullen.

Ten slotte, ouders van jeugdspelers spelen een niet onbelangrijke rol in het hele verhaal. Immers, zij moeten hun kinderen stimuleren om te sporten en bewaken de wijze waarop daar invulling aan wordt gegeven. Het is dan ook een taak van onze vereniging om het voetbalbeleid onder de aandacht van de ouders te brengen en er steun voor te vragen.

Verschillen in onderbouw, tussenbouw en bovenbouw

Mini’s
Bij de mini’s staat het speelplezier voorop. In deze categorie proberen we de spelers het beheersen van de bal op een speelse manier te leren. Eigenlijk is de hele speelwijze bij de mini’s terug te brengen tot 4 kernbegrippen:

Pingelen: hoe kan voetballend de bal worden beschermd tegen afpakkers? 
Lummelen: hoe kan voetballend de bal langs een tegenstander naar een medespeler gespeeld worden?
Mikken: hoe kan voetballend een doel geraakt worden?
Scoren: hoe kan voetballend de bal langs de keeper in een doel gespeeld worden?

Bij deze leeftijdscategorie kan het circuitmodel toegepast worden. Het is een middel om kinderen beter tot hun recht te laten komen en geen doel voor zichzelf. Het doel is ze beter te leren voetballen.

Bij de betere “tweedejaars” voorzichtig aangeven van de goede veldbezetting met als doel het kluitjesvoetbal te voorkomen. 

Technische vorming 

  • Passen met binnenkant van. de voet -> tweebenig en over kleine afstanden    
  • Passen met de wreef -> tweebenig en over kleine afstanden
  • Ontwikkelen én stimuleren van de eigen schijnbewegingen
  • Aanleren van passeertechnieken
  • Afschermen van de bal, met en zonder weerstand
  • Afwerken op doel

Tactische vorming

  • Veldbezetting zowel in de lengte als in de breedte
  • Algemeen vrijlopen
  • Aan- en terugsluiten
  • Dekken: binnenkant dekken gevaarlijkste man dekken

Fysieke vorming

  • Beginselen van goede looptechniek
  • Springen met 1- en 2-benige afzet
  • Onderhouden/verbeteren lenigheid

Persoonlijkheidsvorming

  • Sportieve houding/respect
  • Leren communiceren: speler-spelers / speler-trainer:
  • Openstaan, accepteren van leiding, aanvaarden van beslissingen

Vakinhoudelijke vorming

  • Leren van de voetbalspelregels

O-8 tot en met O-10
Hier staat de (Wiel Coerver) techniek centraal. Spelers moeten leren omgaan met de bal met beide voeten en in alle richtingen. De trainer moet  zo creatief zijn om dat uitgangspunt in zijn trainingen te verwerken. Technische scholing voor de jeugd is o.a. terug te vinden in het boek van Wiel Coerver “leerplan voor de ideale voetballer”, de videobanden van Wiel Coerver en de Rinus-app. 

Technische vorming

  • Aannemen/meenemen van de bal met alle toegestane lichaamsdelen, op snelheid en met weerstand
  • Passen met binnenkant van de voet -> tweebenig en over kleine afstanden 
  • Passen met de wreef -> tweebenig en over kleine afstanden
  • Ontwikkelen en stimuleren van de eigen schijnbewegingen
  • Aanleren van passeertechnieken
  • Afschermen van de bal, met en zonder weerstand
  • De inworp
  • De strafschop
  • Afwerken op doel
  • De basistechniek van koppen zonder weerstand

Tactische vorming

  • Veldbezetting zowel in de lengte als in de breedte 
  • Algemeen vrijlopen
  • Aan- en terugsluiten
  • Spelen vanuit de eigen positie; bijv. overnemen
  • Leren spelen op andere positie
  • Dekken: binnenkant dekken, gevaarlijkste man dekken

Fysieke vorming

  • Beginselen van goede looptechniek
  • Springen met 1- en 2-benige afzet
  • Onderhouden/verbeteren lenigheid

Persoonlijkheidsvorming

  • Sportieve houding/respect
  • Leren communiceren: speler-spelers / speler-trainer:
  • Openstaan, accepteren van leiding, aanvaarden van beslissingen
  • Kritisch over eigen presteren
  • Huisregels volgen
  • Luisteren naar eigen lichaam/melden van blessures

Vakinhoudelijke vorming

  • Leren van de voetbalspelregels
  • Spelsysteem leren 

O-10 tot en met O-12
Hier staat de (Wiel Coerver) techniek centraal. Spelers moeten leren omgaan met de bal met alle delen van beide voeten en in alle richtingen. De trainer moet zo creatief zijn om dat uitgangspunt in zijn trainingen te verwerken. Technische scholing voor de jeugd is o.a. terug te vinden in het boek van Wiel Coerver “leerplan voor de ideale voetballer”, de videobanden van Wiel Coerver en de Rinus-app. 

Technische vorming 

  • Aannemen/meenemen van de bal met alle toegestane lichaamsdelen op snelheid en met weerstand
  • Passen met binnenkant van. de voet -> tweebenig en over kleine afstanden 
  • Passen met de wreef -> tweebenig en over kleine afstanden
  • Ontwikkelen en stimuleren van de eigen schijnbewegingen
  • Aanleren van passeertechnieken
  • Afschermen van de bal met en zonder weerstand
  • De inworp
  • De strafschop
  • Afwerken op doel
  • De basistechniek van koppen zonder weerstand

Tactische vorming

  • Veldbezetting zowel in de lengte als in de breedte
  • Algemeen vrijlopen
  • Aan- en terugsluiten
  • Spelen vanuit de eigen positie; bijv. overnemen
  • Leren spelen op andere positie
  • Dekken: binnenkant dekken, gevaarlijkste man dekken

Fysieke vorming

  • Beginselen van goede looptechniek
  • Springen met 1- en 2-benige afzet
  • Onderhouden/verbeteren lenigheid

Persoonlijkheidsvorming

  • Sportieve houding/respect
  • Leren communiceren: speler-spelers / speler-trainer
  • Openstaan, accepteren van leiding, aanvaarden van beslissingen
  • Kritisch over eigen presteren
  • Huisregels volgen
  • Luisteren naar eigen lichaam/melden van blessures

Vakinhoudelijke vorming

  • Leren van de voetbalspelregels
  • Spelsysteem leren 
  • Verzorging lichaam: hygiëne en voeding

O- 12 tot en met O-16
Vanaf deze groepen moeten we gaan denken aan het ontwikkelen van de wedstrijdrijpheid. Teamtaken, taken per linie en posities verder ontwikkelen door kleine en grote wedstrijdvormen. De trainingsvormen zullen gericht zijn op de wedstrijden waarbij het positiespel centraal zal staan. Spelers van die leeftijd moeten ervan bewust gemaakt worden dat voetballen meer zonder dan met de bal gebeurt, dus meer met het hoofd dan met de benen.

Voetbalproblemen, die tijdens de wedstrijden zichtbaar worden kunnen bij deze groepen in oefenstof vertaald worden. Wedstrijdgerichte trainingen dus, met veel aandacht voor partij-en positiespelen en de coaching. Taaktraining is ook al verantwoord, spelers kun je bewust maken van de taken die bij een bepaalde positie horen. Afhankelijk van het niveau kun je spelers al leren te anticiperen op één of twee acties vooruit.

Ook kan de oefenstof gebaseerd zijn op de linietactiek. Start met de opbouw van achteruit, daarna komt het middenveld aan bod en tot slot de voorste linie. Confronteer de spelers door een goede oefenstof met overtal situaties, het bijsluiten van de linie en de gewenste veldbezetting (altijd alle posities bezet houden). Stel eisen aan de juiste balsnelheid, zeker over korte afstanden. Een veelgehoorde kreet is: loop vrij en bied je aan. Zorg dat door de oefenstof keuze en de coaching tijdens de training de spelers ook weten hoe ze moeten vrijlopen en aanbieden. Bij de keuze van de oefenstof moet een trainer zeker ook rekening houden met de beperkte belastbaarheid en de groeiproblemen. Aandacht voor fysieke ontwikkeling, wel / geen groeispurt, coördinatie en een goede dynamische warming-up.

Technische vorming

  • Aannemen/meenemen van de bal met alle toegestane lichaamsdelen, op snelheid en grote weerstand
  • Passen met binnenkant van. de voet -> tweebenig en over grotere afstanden 
  • Passen met de wreef -> tweebenig en door de lucht
  • Gevarieerde voorzetten
  • Ontwikkelen en stimuleren van de eigen schijnbewegingen
  • Onderhouden van passeertechnieken, met en zonder weerstand
  • Afschermen van de bal
  • De inworp
  • De strafschop
  • Afwerken op doel
  • De techniek van koppen met weerstand en in verschillende wedstrijd-echte situaties          

- in combinatie met springen
- aanvallend en verdedigend 
- 1-benige en 2-benige afzet

Fysieke vorming

  • Verbeteren/onderhouden van goede looptechniek
  • Springen met 1- en 2-benige afzet
  • Onderhouden/verbeteren lenigheid
  • Krachttraining d.m.v. gerichte/specifieke oefenstof
  • Accent op explosiviteit
  • starten
  • sprinten
  • springen

Persoonlijkheidsvorming

  • Sportieve houding/respect
  • Leren communiceren: speler-spelers/speler-trainer:
  • Openstaan, accepteren van leiding, aanvaarden van beslissingen
  • Kritisch over eigen presteren
  • Huisregels volgen
  • Luisteren naar eigen lichaam/melden van blessures
  • Discipline t.a.v. studie

Vakinhoudelijke vorming

  • Leren van de voetbalspelregels
  • Onderhoud materiaal/schoeisel
  • Spelsystemen leren
  • Verzorging lichaam: hygiëne en voeding

O-17 tot en met O-19
Bij deze leeftijden gaat het om de uitvoering van de teamtaken, taken per linie en posities, waarbij het rendement van de wedstrijdrijping voltooid moet worden en waarbij mentale aspecten bepalend kunnen zijn. In deze categorie laten we de “betere” spelers kennismaken met de selectie. Competitierijpheid is hierbij een van de belangrijkste doelstellingen.

Uitgangspunten voor de keuze van de oefenstof n.a.v. de wedstrijdanalyse

  • Veel wedstrijdelementen, via “vaste” oefenvormen het spelconcept oefenen.
  • Alles met de bal.
  • Staat de gekozen oefenstof garant voor spelplezier en leerrendement?
  • Is de spelbedoeling/benadering in de oefenstof verwerkt?
  • Waarborg ik de individuele vooruitgang in de team training door organisatie/oefenstof en individuele begeleiding en coaching?
  • Werk ik aan het niveau van de speler (eigen vaardigheid, tactiek, mentaal, hoge concentratie)?

Aandachtspunten bij het spelconcept
Streven naar een optimale veldbezetting – hogere eisen aan technische uitvoering, uitgaande van het individu – spelen op de helft van de tegenstander – verdedigen begint voorin – vooruit verdedigen, waar en wanneer druk uit oefenen – hoge balcirculatie – wijze van inspelen – spelen om te winnen – zo diep mogelijk inspelen – zoeken naar de derde man – aanvallend creatief durven te zijn bij de 1:1 situaties – streven naar een man meer situatie in de opbouw – leren reageren op systeem tegenstander – coaching die past bij de uitgangspunten van concept.

Technische vorming

  • Aanpassen ruimtes, kleiner - groter - weerstanden - overtal situatie
  • Aannemen/meenemen van de bal met alle toegestane lichaamsdelen op snelheid en grote weerstand
  • Passen met binnenkant van. de voet -> tweebenig en over grotere afstanden
  • Passen met de wreef -> tweebenig en door de lucht
  • Gevarieerde voorzetten
  • Ontwikkelen en stimuleren van de eigen schijnbewegingen
  • Onderhouden van passeertechnieken
  • Afschermen van de bal
  • De inworp: specialisatie, verre inworp voor het doel
  • De strafschop
  • Afwerken op doel
  • De techniek van koppen met weerstand en in verschillende wedstrijd-echte situaties

- in combinatie met springen
- aanvallend en verdedigend
- 1-benige en 2-benige afzet

Fysieke vorming

  • Verbeteren/onderhouden van goede looptechniek
  • Springen met 1- en 2-benige afzet
  • Onderhouden/verbeteren lenigheid
  • Krachttraining d.m.v. gerichte/specifieke oefenstof
  • Accent op explosiviteit
  • starten
  • sprinten
  • springen

Persoonlijkheidsvorming

  • Houding bijbrengen gericht op een volwaardige BSM selectiespeler
  • Sportieve houding/respect
  • Leren communiceren: speler-spelers/speler-trainer:
  • Openstaan, accepteren van leiding, aanvaarden van beslissingen
  • Kritisch over eigen presteren
  • Huisregels volgen
  • Luisteren naar eigen lichaam/melden van blessures
  • Discipline t.a.v. studie

Vakinhoudelijke vorming

  • Leren van de voetbalspelregels
  • Onderhoud materiaal/schoeisel
  • Spelsystemen leren
  • Verzorging lichaam: hygiëne en voeding

Beoordeling spelers
Het beoordelen van een speler kan in een aantal categorieën onderverdeeld worden:

  • Balcontrole, dribbelen, passen, passeeracties, schot op doel, handelingssnelheid, aanvallend koppen, scorend vermogen, voorzet, balsnelheid;
  • Het duel 1:1, het meeverdedigen, verdedigend koppen, de sliding, tackle, het storen;
  • Het combinatievermogen, overzicht, positiegevoel en taakgerichtheid;
  • Atletische persoonlijkheid, startsnelheid, snelheid van 0 tot 10 , van 0 tot 30 en boven de 30 meter, wendbaarheid, duelkracht, uithoudingsvermogen, loopvaardigheid en sprongkracht.
  • Uitstraling, leidinggeven, wedstrijdmentaliteit, houding t.o.v. anderen (medespelers, coach, assistent-scheidsrechter enz. ), coachbaarheid en drukbestendigheid;
  • Overige gegevens: bescheiden, brutaal, creatief, dienende speler, karakterspeler, technische speler, rechtsbenig, linksbenig, tweebenig.
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!